Voorbeelden

De pijlers waarop Democratie21 gebaseerd is, kunnen zich bijvoorbeeld vertalen onderstaande concrete punten. Belangrijk is dat bij invoering van veranderingen direct democratische principes worden gehanteerd op het betreffende beleidsniveau.

1. Opbouw van de samenleving vanuit de basis

  • Kleine, locale, zelfvoorzienende initiatieven moeten maximaal kansen en mogelijkheden krijgen. Dit op vlak van wonen, werken, voeding, financiële aspecten en zo veel meer.
  • Minder en duurzamer consumeren: lokaal, kleinschalig, natuurlijk, … .
  • Mensen moeten rechtstreeks inbreng hebben omtrent de organisatie van het leven in hun straat, wijk of gemeente. ‘Kleinere samenlevingsverbanden’ dienen daarbij terug maximaal zelfstandig en onafhankelijk te worden.
  • Uitvoerende bevoegdheden moeten terug maximaal naar locale niveaus. Bijvoorbeeld de organisatie van busdiensten dient vooral op gemeenteniveau te gebeuren, afgestemd op de behoefte van de mensen.
  • Gemeentes moeten een groot deel van de belastingen zelfstandig kunnen innen en bestemmen aan projecten die door de inwoners van de gemeente zijn gewenst.
  • Ruimtelijke ordening dient afgestemd te zijn op de noden van de mensen. Financiële voordelen aan herbestemming van gronden dienen ten goede te komen aan de gemeenschap niet alleen aan wie toevallig de eigenaar is of was.

2. Algemeen respect voor de basisrechten van de mens

De 3 basisrechten dienen algemeen gerespecteerd en verdedigd  te worden. We pleiten voor een ‘geweldloze samenleving’ zonder uitzonderingen.

Bij inbreuk heeft het gerecht de taak en verantwoordelijkheid de ‘waarheid aan het licht te brengen’, te zorgen dat het slachtoffer fair wordt vergoed door de dader en tot slot dat dader niet in herhaling valt. Flagrante schendingen van dit principe dienen onmiddellijk rechtgezet te worden:

  • Systeem van procedurefouten dient hervormd te worden: een dader mag niet vrijuit gaan op basis van procedurefouten. Het ‘feiten’ dossier dient daartoe gescheiden behandeld te worden van het ‘procedure’ dossier. (Ook onschuldigen verdienen in sommige gevallen de mogelijkheid om hun onschuld ‘feitelijk’ te kunnen bewijzen, en vrijspraak op basis van procedurefouten voorkomt dit in bepaalde gevallen.)
  • Verjaringstermijnen dienen anders bekeken te worden: een proces dat gestart is binnen de geldende termijn mag niet verjaren door juridische vertragingsmanoeuvers of achterstanden bij het gerecht.
  • Minnelijke schikkingen kunnen maar gesloten worden tussen een slachtoffer en dader. Het is niet aan het gerecht om wegens achterstanden schikkingen te sluiten.
  • Systeem van GAS boetes moet herbekeken en in overeenstemming gebracht worden met het principe van de scheiding der machten.

Verdere voorbeelden voor elk van de 3 rechten:

  1. Recht op leven:
    – het recht op leven geldt voor iedereen, eveneens voor daders van misdrijven. De doodstraf dient afgeschaft te worden (ook al wordt ze niet meer uitgevoerd).
    – de overheid (welke dan ook) mag niet overgaan tot ‘uitschakelen’ van mensen in naam ‘van het algemeen belang’.
  2. Recht op vrijheid:
    – afschaffing van de stemplicht en invoering van stemrecht, alsook ‘zetelplicht’ bij verkiezingen. Mensen moeten zelf kunnen beslissen of ze al dan niet stemmen of anderen mandateren, idem voor zetelen.
    – afschaffing van de plicht om te zetelen in een assisenjury (beter nog het principe van de volksjury herbekijken alsook de onrechtvaardige mogelijkheden van onterechte veroordeling door ‘innemende’ pleidooien)
    – hervorming van het systeem van leerplicht. Scholen moeten terug de vrijheid hebben over de inhoud en vorm van het onderwijs te beslissen met maximale aandacht voor de ontwikkeling van ieder individu.
    – recht op mobiliteit: mensen moeten zich op een vlotte aangename manier kunnen verplaatsen op allerlei manieren. Er moet een geïntegreerd en logisch mobiliteitsbeleid komen.
  3. Recht op bezit:
    – de overheid mag niet eenzijdig kunnen beslissen dat mensen een deel van hun middelen of hun bezittingen moeten afstaan (nog direct noch indirect). Bij onteigeningen dienen ze fair vergoed worden in een onderlinge overeenkomst.
    – burgers moeten het recht op verdediging van hun leven, vrijheid en bezit kunnen uitoefenen zonder daarvoor vervolgd te worden. Huisvrede is een heilig beginsel dat in ere dient herstelt te worden.

3. Basisdemocratie

  • Burgers moeten rechtstreeks inspraak én het laatste woord hebben in het beleid door de invoering van het bindend referendum op volksinitiatief.
  • Het kiessysteem dient grondig veranderd te worden: we moeten naar een samenwerkingsmodel (Konkordanz Demokratie in Zwitserland) i.p.v. de huidige conflictdemocratie: de kiesdrempel moet afgeschaft worden, stemmen op meerde lijsten moet mogelijk worden, etc.
  • Verkozenen dienen een uitsluitend uitvoerend mandaat te krijgen voor een beperkte duur. Dit mandaat is voorwaardelijk en kan op elk moment teruggenomen worden (als het volk dat wenst).
  • Iedereen is gelijk voor de wet. Het systeem van politieke onschendbaarheid moet afgeschaft worden. Een verkozene met een mandaat dient de volle verantwoordelijkheid te dragen voor zijn daden en moet bij misbruik daarvoor ook ter verantwoording geroepen en berecht kunnen worden.

4. Basisinkomen

  • Ijveren voor een conceptuele consensus dat we dienen te evolueren in de richting van basisinkomen.
  • Uitwerken van een praktisch haalbaar model en timing voor invoering. Eventueel kleinschalig en lokaal, al doende lerend.

Reageren is niet mogelijk